• 5481 AA 45 Hoofdstraat

  • 5481 AR 39 Plein

  • 5481 GL 01 Schutsboom

  • 5481 NG 20 Markt

  • 5481 VE 15 Boxtelseweg

  • 5482 DA 01a Eerdsebaan

  • 5482 KG 55 Kerkendijk

  • 5482 WN 06 Steeg

Copyright 2020 - Schijndelhartsave

REANIMATIE: DOEN WAT JE KUNT!tn 2020 06 03 Fabrice vd Ven
3 juni 2020
Mooi Schijndelkrant

Fabrice van de Ven is een 31 jarige Schijndelaar die al jaren werkt als storing- en servicemonteur bij onze nationale luchthaven Schiphol. Hij is bij de vrijwillige brandweer van Schijndel en heeft een eigen AED in zijn busje. De afgelopen twee jaar was hij bij 20 meldingen van een hartstilstand. Vijftien keer heeft hij daadwerkelijk gereanimeerd. Fabrice vertelt er over.

Het begin.

Ruim negen jaar geleden ging ik bij de brandweer van Schijndel. Ik was toen tweeëntwintig jaar. Het gestructureerd werken in teamverband in moeilijke, onvoorspelbare situaties, trok mij aan. In mijn werk bij Schiphol moet ik ook inspelen op onverwachte situaties en paraat zijn als het nodig is. Het werk van een brandweerman is veelzijdig, het is belangrijk en het kan levens redden. Ik help graag mensen. Waarschijnlijk heb ik dat van mijn ouders geërfd, zij werken allebei in de zorg.

Reanimatie.

Als vrijwillige brandweerman kwam ik in aanraking met EHBO en reanimatie. Ik zag hoe belangrijk het is dat in de eerste minuten dat iemand iets overkomt de juiste handelingen worden verricht. Ik wilde dat leren en mezelf er in bekwamen. Mijn eerste reanimatie deed ik samen met een ervaren collega van de vrijwillige brandweer, dat was erg prettig. Ik kon die eerste, spannende, keer meeliften op de kennis en kunde van mijn collega.

Eigenschappen.

Naast technische vaardigheden moet een hulpverlener ook andere eigenschappen bezitten. Het gaat over levensreddende handelingen. Je probeert als het ware om iemand die dood is weer levend te maken. Dat is nogal wat. Ik merkte bij mijn eerste reanimaties dat ik naast voldoende kennis ook over voldoende rust, overzicht en nuchterheid beschik. Dat kun je van tevoren moeilijk voor jezelf inschatten. Gelukkig bleek dat ik het hoofd koel kan houden in onverwachte situaties waarin snel en juist gehandeld moet worden.

Oproep.

Als iemand belt met 112 en men denkt dat er sprake is van een hartstilstand wordt direct de ambulance gestuurd. Op hetzelfde moment wordt, via HartslagNu, een melding doorgestuurd naar Burgerhulpverleners die in de buurt van het incident wonen. Ik ontvang het alarm per telefoon en/of per pieper. Omdat ik dichtbij woon kan ik snel ter plaatse zijn en binnen een paar minuten beginnen met de reanimatie. Ik heb een groot bereik en ontvang alle meldingen in Schijndel. Als de ambulance arriveert nemen zij de zorg over. Het is fijn dat het ambulancepersoneel mij inmiddels kent en daarom weet wat ze aan me hebben.

Paraat.

Inmiddels ben ik de afgelopen drie jaar bij twintig reanimaties geweest. Vijftien reanimaties voerde ik zelf uit, bij de anderen assisteerde ik. Dat zijn er veel. Ik heb mijn leven zo georganiseerd dat ik in geval van calamiteiten snel kan reageren. Mijn autosleutels hangen op de juiste plaats, mijn auto staat met zijn neus de goede kant op, mijn spullen liggen klaar en de AED in mijn bus kan direct gebruikt worden. Ik ben alert en sta altijd paraat.

Kijken, luisteren en voelen.

Als ik bij het slachtoffer kom moet ik direct mijn zintuigen goed gebruiken. Ik moet kijken of de locatie veilig is, of het slachtoffer beweegt en wie er in de buurt zijn om mij te kunnen helpen. Ik moet luisteren of het slachtoffer ademhaalt en of iemand iets vertelt wat van belang kan zijn bij het verlenen van hulp. En ik moet voelen of er een hartslag is, of de borstkas beweegt en of er ademhaling plaatsvindt. Ik moet me er van overtuigen dat er inderdaad sprake is van een hartstilstand, alvorens ik ga reanimeren of gebruik maak van een AED.

Cijfers.

Vrijwel al mijn reanimaties vonden bij het slachtoffer thuis plaats. In bijna alle gevallen ging het om mensen die ouder zijn dan 50 jaar. Het waren evenveel mannen als vrouwen. Ook al was ik telkens binnen zes minuten ter plaatse dan nog kwam in 2 van de 5 gevallen reanimatie te laat. In 3 van de 5 gevallen ging het slachtoffer mét hartslag in de ambulance. Ongeveer de helft van de mensen die met de ambulance meegaat overleeft de hartstilstand.

Na de reanimatie.

Iedere reanimatie laat blijvende indrukken en emoties achter. Ik kan met collega’s en met mijn vriendin goed praten over de impact die een reanimatie heeft. Ik kan alles goed verwerken. Maar ik vergeet geen enkele reanimatie; daarvoor zijn de omstandigheden en verantwoordelijkheden die je draagt te heftig. Ik kan me alle locaties en bijzonderheden nog goed herinneren. Ik moet er regelmatig aan denken als ik ergens langs rijd. Vaak zoeken mensen contact met mij nadat ik reanimatie heb toegepast. Dat is fijn.

Huidige coronatijd.

Ik pas in deze coronatijd geen mond- op mondbeademing toe. Dat is zowel voor het slachtoffer als voor mijzelf niet zonder gevaar. Ik vind dat de reanimatie zelf, het drukken op de borst en het toedienen van schokken middels de AED, de belangrijkste levensreddende handelingen zijn. Het rondpompen van het bloed is volgens mij belangrijker dan de mond- op mondbeademing. Op de website van Stichting Schijndel Hartsave vind je meer informatie over AED’s, reanimatie en extra aanwijzingen in deze coronatijd.    

f t g m

logo anbi

logo kvk

Ingeschreven onder nr. 75089815